Het conventiestatuut van uw logopedist bepaalt mee hoeveel u zelf betaalt. Dit moet u erover weten.
De conventie is een overeenkomst tussen het RIZIV en de beroepsgroep van logopedisten. Wie de conventie ondertekent, engageert zich om de officiële tarieven te respecteren. In ruil weet de patiënt precies wat een sessie kost en hoeveel het ziekenfonds terugbetaalt. Een logopedist kiest zelf of hij of zij toetreedt, en kan dat statuut bij elke nieuwe overeenkomst herzien. Geconventioneerd zijn zegt dus niets over de kwaliteit van de therapeut, wel over de prijsafspraken.
Bij een geconventioneerde logopedist betaalt u het vaste RIZIV-tarief: voor een individuele sessie van 30 minuten is dat in 2026 ongeveer 36 tot 40 euro. Een niet-geconventioneerde logopedist bepaalt vrij zijn honorarium en rekent in de praktijk meestal 40 tot 60 euro aan voor dezelfde sessie. Het volledige prijsplaatje, inclusief bilanzittingen, vindt u in ons tarievenoverzicht.
Het tarief is maar de helft van het verhaal. Voldoet uw dossier aan de RIZIV-voorwaarden, dan krijgt u bij een geconventioneerde logopedist het grootste deel terugbetaald en houdt u ongeveer 5,50 euro remgeld per sessie van 30 minuten over (ongeveer 3 euro bij verhoogde tegemoetkoming). Bij een niet-geconventioneerde collega ligt de tussenkomst van het ziekenfonds lager én is het honorarium hoger, waardoor uw eigen aandeel per sessie flink kan oplopen. Over een behandeling van tientallen sessies, bijvoorbeeld bij dyslexie of stotteren, telt dat verschil zwaar door. Hoe de terugbetaling precies werkt, leest u op de pagina terugbetaling van logopedie.
Niet-geconventioneerde logopedisten wijzen vaak op de stijgende praktijkkosten en de beperkte indexering van de officiële tarieven. Door te deconventioneren kunnen zij hun honorarium daaraan aanpassen. Sommigen bieden in ruil langere sessies of extra service aan. Dat is een legitieme keuze, maar als patiënt hebt u er alle belang bij om het vooraf te weten, zodat de eerste factuur geen verrassing wordt.
Drie eenvoudige manieren. Eén: vraag het gewoon bij het eerste contact, elke logopedist moet daar transparant over zijn en het statuut hoort ook in de praktijk uitgehangen te worden. Twee: zoek de logopedist op in de zorgverlenerszoeker op de website van het RIZIV, daar staat het conventiestatuut bij elke zorgverlener vermeld. Drie: informeer bij uw ziekenfonds, dat u meteen ook vertelt wat u in beide gevallen terugkrijgt. Neem die controle op in uw checklist wanneer u een therapeut zoekt, samen met de tips op de pagina een logopedist kiezen.
In sommige regio's of voor specifieke problemen, zoals neurologische logopedie of stemtherapie, is de keuze beperkt en zijn wachtlijsten lang. Moet u bij een niet-geconventioneerde logopedist terecht, vraag dan vooraf een duidelijke prijsopgave en check bij uw ziekenfonds wat de aanvullende verzekering eventueel bijpast. En blijft u twijfelen over de diagnose zelf, bespreek die dan eerst met uw huisarts of NKO-arts.
Op zoek naar een logopedist met duidelijke tarieven? Vind een logopedist bij u in de buurt →