Het RIZIV betaalt logopedie terug, maar enkel onder strikte voorwaarden. Zo werkt de procedure stap voor stap.
De verplichte ziekteverzekering komt niet tussen voor eender welk logopedisch probleem. Het RIZIV hanteert een lijst van erkende stoornissen. Daarop staan onder meer taalontwikkelingsstoornissen, leerstoornissen zoals dyslexie en dyscalculie, stotteren, afasie na bijvoorbeeld een beroerte, en slikstoornissen (dysfagie). Per stoornis gelden specifieke criteria, vaak op basis van testresultaten. Valt uw probleem buiten de lijst, dan is er geen RIZIV-terugbetaling, maar mogelijk wel een tegemoetkoming via uw ziekenfonds.
Alles begint bij een arts. U hebt eerst een voorschrift nodig voor een logopedisch aanvangsbilan. Welke arts dat mag voorschrijven, hangt af van de stoornis: soms volstaat de huisarts, voor andere stoornissen is een specialist vereist, zoals een NKO-arts, pediater of neuroloog. De details vindt u op onze pagina over het voorschrift voor logopedie. Zonder geldig voorschrift kan het dossier niet worden opgestart.
Met dat voorschrift voert de logopedist een aanvangsbilan uit: een onderzoek met tests dat aantoont of de stoornis voldoet aan de RIZIV-criteria. Het verslag van dat bilan vormt de kern van uw aanvraagdossier. Daarna schrijft een arts, op basis van het bilan, het eigenlijke behandelvoorschrift voor. Hoe zo'n onderzoek verloopt en wat het kost, leest u op de pagina over het aanvangsbilan.
Het volledige dossier (voorschriften, bilanverslag en aanvraagformulier) gaat naar de adviserend arts van uw ziekenfonds. Die beoordeelt of aan alle voorwaarden is voldaan en geeft al dan niet zijn akkoord. Pas na die goedkeuring hebt u recht op terugbetaling. Start de behandeling vroeger, dan neemt u een risico: wordt het dossier geweigerd, dan draait u zelf op voor de kosten. In de praktijk regelt de logopedist meestal de administratie, maar het loont om zelf de stand van zaken op te volgen.
De terugbetaling is altijd beperkt in de tijd. Per stoornis legt het RIZIV een maximale behandelduur en een maximaal aantal sessies vast. Voor sommige stoornissen kan een verlenging worden aangevraagd, opnieuw met een verslag en het akkoord van de adviserend arts, voor andere is de periode eenmalig. Is het maximum bereikt, dan stopt de RIZIV-tussenkomst, ook al loopt de therapie verder. Wat u dan per sessie zelf betaalt, ziet u in ons tarievenoverzicht.
Wie niet aan de voorwaarden voldoet, of wiens maximumperiode is verstreken, staat niet volledig in de kou. De meeste ziekenfondsen voorzien via hun aanvullende verzekering een tegemoetkoming van ongeveer 10 tot 20 euro per sessie, met een jaarplafond. De bedragen en voorwaarden verschillen per ziekenfonds, dus informeer vooraf. Alle details vindt u op de pagina over de aanvullende verzekering. En twijfelt u of uw klacht wel logopedisch is, bespreek dat dan eerst met uw huisarts.
Wilt u weten of uw behandeling in aanmerking komt? Vind een logopedist bij u in de buurt →