De lagere schooljaren: dé logopedieleeftijd

Kinderen tussen 6 en 12 jaar vormen de grootste groep in de logopedische praktijk. Logisch: in deze periode leren ze lezen, schrijven en rekenen, en worden spraak- en taalproblemen die eerder onder de radar bleven plots zichtbaar. Een juf die merkt dat een kind niet te verstaan is, moeizaam leest of de tafels niet onthoudt, is vaak de eerste die aan logopedie denkt.

Articulatie: klanken die niet lukken

Rond het zesde jaar hoort een kind alle klanken van het Nederlands correct uit te spreken. Blijft een /r/, /s/ (lispelen) of een andere klank hardnekkig fout, dan spreken we van articulatiestoornissen. Met gerichte articulatietherapie zijn die meestal goed te verhelpen. Soms ligt de oorzaak bij afwijkende mondgewoonten zoals duimzuigen of mondademen; dan wordt dat eerst aangepakt, vaak in combinatie met een controle bij tandarts of orthodontist.

Taalontwikkelingsstoornis (TOS)

Een kind met een taalontwikkelingsstoornis begrijpt taal moeilijker of maakt opvallend korte, foutieve zinnen, zonder dat gehoor of intelligentie de verklaring vormen. TOS verdwijnt niet vanzelf en heeft impact op de hele schoolloopbaan, van begrijpend lezen tot vriendschappen. Intensieve taaltherapie, liefst zo vroeg mogelijk gestart, maakt een groot verschil. Twijfelt u of het om TOS dan wel om een achterstand door meertaligheid gaat, dan brengt een logopedisch onderzoek duidelijkheid.

Leerstoornissen: dyslexie, dysorthografie en dyscalculie

Hardnekkige problemen met lezen (dyslexie), spellen (dysorthografie) of rekenen (dyscalculie) worden pas als leerstoornis erkend wanneer ze blijven bestaan ondanks extra oefening op school. De logopedist onderzoekt, stelt samen met andere zorgverleners de diagnose en start begeleiding bij dyslexie of dyscalculie: strategieën aanleren, automatiseren en het zelfvertrouwen herstellen. Ook compenserende hulpmiddelen zoals voorleessoftware komen aan bod.

Samenwerking met school en CLB

Goede logopedie voor schoolkinderen stopt niet aan de deur van de praktijk. De logopedist overlegt met de leerkracht en de zorgcoördinator over wat er in de klas nodig is, en stemt af met het CLB, dat de brug vormt tussen school en externe hulp. Voor de terugbetaling van leerstoornissen vraagt het ziekenfonds trouwens aan te tonen dat de school al extra ondersteuning bood. Hoe dat overleg praktisch loopt, leest u op de pagina logopedie, school en CLB.

Praktisch: voorschrift, bilan en kostprijs

Terugbetaling via het RIZIV vereist een voorschrift van een arts, een logopedisch aanvangsbilan en het akkoord van de adviserend arts van het ziekenfonds. Een individuele sessie van 30 minuten kost aan conventietarief ongeveer 36 tot 40 euro; uw remgeld bedraagt dan circa 5,50 euro (ongeveer 3 euro bij verhoogde tegemoetkoming). Een bilanzitting kost ongeveer 40 tot 50 euro per 30 minuten. Wordt de stoornis niet erkend door het RIZIV, dan betaalt de aanvullende verzekering van het ziekenfonds meestal 10 tot 20 euro per sessie terug, met een jaarplafond. Een volledig overzicht vindt u bij tarieven van logopedie.

Signalen van spraak-, taal- of leerproblemen bij uw kind? Vind een logopedist bij u in de buurt →

Een logopedist nodig?

Vind een logopedist bij u in de buurt, met adres en contactgegevens.

Laatst bijgewerkt op
⭐ Bent u bij deze logopedist geweest?
Help anderen met een korte review.