Een overzicht van de deeldomeinen en specialisaties, zodat u weet welk type therapie bij uw klacht past.
Logopedie is een breed vakgebied. Elke logopedist krijgt in de opleiding alle domeinen mee, maar in de praktijk specialiseren de meeste zich in enkele deelgebieden. Wie zijn kind laat begeleiden voor een uitspraakprobleem, zoekt dus best een andere praktijk dan wie na een beroerte opnieuw leert slikken. Hieronder vindt u de belangrijkste soorten, telkens met de bijhorende therapie.
Bij articulatiestoornissen worden klanken verkeerd, vervangen of niet uitgesproken. Klassiekers zijn de moeilijke r, lispelen of het weglaten van klanken. De behandeling heet articulatietherapie: klank per klank aanleren, inslijpen en toepassen in spontane spraak. Nauw verwant zijn afwijkende mondgewoonten zoals duimzuigen of foutief slikken, die met OMFT (oromyofunctionele therapie) worden aangepakt, vaak op vraag van de orthodontist.
Het grootste deeldomein bij kinderen. Bij een vertraagde of gestoorde taalontwikkeling werkt de logopedist met taaltherapie aan woordenschat, zinsbouw en taalbegrip. Op schoolleeftijd komen daar de leerstoornissen bij: begeleiding bij dyslexie en dysorthografie (lezen en spellen) en begeleiding bij dyscalculie (rekenen). Ook meertalige kinderen met een taalachterstand in het Nederlands kunnen bij dit deeldomein terecht.
Vloeiendheidsstoornissen omvatten stotteren en broddelen. Stottertherapie verschilt sterk naargelang de leeftijd: bij kleuters wordt vaak indirect via de ouders gewerkt, bij jongeren en volwassenen rechtstreeks aan spreektechniek en spreekangst. Het stemdomein behandelt heesheid, stemvermoeidheid en stembandproblemen met stemtherapie, altijd na onderzoek door een NKO-arts. Voor sprekers en zangers zonder stoornis bestaat daarnaast stemcoaching.
Slikstoornissen (dysfagie) komen voor bij baby's met eet- en drinkproblemen, na hoofd-halsoperaties en vooral bij ouderen en neurologische patiënten. Sliktherapie maakt eten en drinken opnieuw veilig en comfortabel. Het neurologische deeldomein behandelt afasie, dysartrie en communicatieproblemen na een beroerte, hersentrauma of bij ziekten zoals Parkinson, MS en dementie. Deze neurologische logopedie gebeurt vaak in het ziekenhuis of aan huis.
Vertrek altijd vanuit de klacht, niet vanuit de therapienaam. Spreekt uw kleuter opvallend minder dan leeftijdsgenoten, dan zoekt u iemand met ervaring in taalontwikkeling. Is uw stem al weken hees, ga dan eerst langs de NKO-arts en daarna naar een stemlogopedist. Bij twijfel helpt de huisarts u op weg. Hou er rekening mee dat het RIZIV enkel terugbetaalt voor erkende stoornissen en na een aanvangsbilan; hoe dat werkt, leest u bij terugbetaling. In onze gids kunt u filteren op specialisatie, zodat u meteen bij het juiste deeldomein uitkomt.
Weet u welk type logopedie u nodig hebt? Vind een logopedist bij u in de buurt →