Het volledige traject van arts tot terugbetaalde therapie in vier stappen, met de belangrijkste bedragen op een rij.
Terugbetaalde logopedie start altijd bij een arts. Voor het logopedisch onderzoek volstaat meestal een voorschrift van de huisarts of een specialist; voor de eigenlijke therapie is naargelang de stoornis een voorschrift van een specialist nodig, bijvoorbeeld een NKO-arts, neuroloog of kinderarts. De arts sluit ook medische oorzaken uit, zoals gehoorverlies bij een kind dat slecht spreekt. Alles over wie wat mag voorschrijven leest u op de pagina over het voorschrift.
Met het voorschrift gaat u naar een logopedist voor een aanvangsbilan: een uitgebreid onderzoek met tests dat de aard en de ernst van de stoornis in kaart brengt. Reken op ongeveer 40 tot 50 euro per 30 minuten bilanzitting; afhankelijk van de stoornis zijn meerdere zittingen nodig. De logopedist schrijft de resultaten uit in een verslag dat als basis dient voor de aanvraag én voor het behandelplan.
De logopedist bundelt het voorschrift, het bilanverslag en het aanvraagformulier en bezorgt het dossier aan uw ziekenfonds. De adviserend arts van de mutualiteit beoordeelt of de stoornis binnen de RIZIV-voorwaarden valt en keurt de terugbetaling goed voor een bepaalde periode en een bepaald aantal sessies. Belangrijk: het RIZIV betaalt enkel terug voor erkende stoornissen. Valt uw situatie daarbuiten, dan komt vaak de aanvullende verzekering tussen, doorgaans zo'n 10 tot 20 euro per sessie met een jaarplafond.
Na het akkoord starten de behandelsessies, meestal één of twee per week van 30 minuten. Bij een geconventioneerde logopedist betaalt u het officiële tarief van ongeveer 36 tot 40 euro per sessie en houdt u na terugbetaling ongeveer 5,50 euro remgeld over (ongeveer 3 euro bij verhoogde tegemoetkoming). Niet-geconventioneerde logopedisten bepalen hun tarief vrij, meestal 40 tot 60 euro, waardoor u meer uit eigen zak betaalt. Wat dat statuut juist inhoudt, leest u bij de conventie.
Kort samengevat: een bilanzitting kost ongeveer 40 tot 50 euro per 30 minuten. Een individuele therapiesessie van 30 minuten kost aan conventietarief ongeveer 36 tot 40 euro, met circa 5,50 euro remgeld (circa 3 euro bij verhoogde tegemoetkoming). Bij een niet-geconventioneerde logopedist betaalt u 40 tot 60 euro per sessie plus het supplement zelf. Zonder RIZIV-akkoord geeft de aanvullende verzekering van het ziekenfonds meestal 10 tot 20 euro per sessie terug, tot een jaarplafond. Een volledig overzicht vindt u bij het tarievenoverzicht en de pagina over terugbetaling.
Start de therapie niet vóór het voorschrift en het bilan in orde zijn, anders riskeert u sessies zonder terugbetaling. Let op de geldigheidsduur van het voorschrift en op de einddatum van het akkoord: een verlenging moet tijdig aangevraagd worden, met een evolutiebilan. En weet dat schoollogopedie een rol speelt: krijgt uw kind al logopedische hulp binnen het onderwijs, dan geldt een cumulverbod voor RIZIV-terugbetaling (zie logopedie via school en CLB). Twijfelt u over uw specifieke situatie, vraag dan raad aan uw logopedist of ziekenfonds; bij medische vragen blijft de arts het eerste aanspreekpunt.
Wilt u het stappenplan meteen in gang zetten? Vind een logopedist bij u in de buurt →