Wanneer de oren goed werken, maar de hersenen moeite hebben om te verwerken wat ze horen.
Bij auditieve verwerkingsproblemen is het gehoor zelf normaal: een klassieke gehoortest levert goede resultaten op. Toch loopt het mis bij het verwerken van wat gehoord wordt. De hersenen slagen er onvoldoende in om klanken snel en nauwkeurig te onderscheiden, te ordenen en te onthouden, zeker wanneer er achtergrondlawaai is. Het kind (of de volwassene) hoort dus wel, maar verstaat moeilijk. Dat is verwarrend voor de omgeving: "hij hoort toch goed?" Het verschil tussen gehoor en verwerking maakt dit probleem lastig te herkennen.
Auditieve verwerkingsproblemen vallen het meest op in drukke luisteromgevingen, en de klas is daar het schoolvoorbeeld van. Typische signalen: het kind vraagt vaak "wat?" of "hè?", begrijpt mondelinge opdrachten pas na herhaling, raakt de draad kwijt bij lange instructies, verstaat slecht bij achtergrondgeluid, verwart klanken die op elkaar lijken (zoals b en p) en is na een schooldag opvallend moe van het luisteren. Sommige kinderen kijken eerst wat klasgenoten doen voor ze zelf aan een taak beginnen. Ook het onthouden van versjes, rijmen of gedicteerde woorden kan moeizaam lopen, wat later kan meespelen bij lees- en spellingproblemen zoals dyslexie en dysorthografie.
Een eenduidige oorzaak is er meestal niet. Herhaalde middenoorontstekingen op jonge leeftijd, een vertraagde rijping van de auditieve hersenbanen of erfelijke factoren kunnen een rol spelen. Auditieve verwerkingsproblemen komen bovendien zelden alleen: ze overlappen vaak met aandachtsproblemen, een taalontwikkelingsstoornis of leerproblemen. Net daarom is een zorgvuldig onderzoek nodig dat andere verklaringen uitsluit voor er conclusies getrokken worden.
De eerste stap is altijd een volledig gehooronderzoek bij de NKO-arts of audioloog, om gehoorverlies uit te sluiten. Het verschil tussen beide beroepen leest u bij logopedist versus audioloog. Daarna volgt gespecialiseerd onderzoek van de auditieve verwerking, vaak in een multidisciplinair team: spraakverstaan in ruis, het onderscheiden van klanken, auditief geheugen en luisteraandacht. De logopedist brengt met een aanvangsbilan ook de taal-, lees- en spellingvaardigheden in kaart. Zo ontstaat een totaalbeeld: gaat het om een zuiver luisterverwerkingsprobleem, een taalprobleem, of een combinatie?
De behandeling volgt twee sporen. Enerzijds is er auditieve training bij de logopedist: gericht oefenen op klankonderscheiding, luisteren in ruis, auditief geheugen en het koppelen van klanken aan letters. Anderzijds wordt de omgeving aangepast: vooraan in de klas zitten, instructies kort en ondersteund met beeld, oogcontact voor de uitleg start, en waar mogelijk minder achtergrondlawaai. Leerkracht en CLB betrekken loont; hoe die samenwerking verloopt, leest u bij logopedie op school en het CLB. Regelmatig kort oefenen thuis versterkt het effect van de therapie.
Het RIZIV betaalt logopedie enkel terug voor erkende stoornissen, na een voorschrift van een arts, een logopedisch aanvangsbilan en akkoord van de adviserend arts van het ziekenfonds. Auditieve verwerkingsproblemen op zich staan niet als aparte categorie in die lijst, maar bijkomende taal- of leerstoornissen kunnen wel recht geven op terugbetaling. Reken bij een geconventioneerde logopedist op ongeveer 36 tot 40 euro per sessie van 30 minuten, met zo'n 5,50 euro remgeld (circa 3 euro bij verhoogde tegemoetkoming). Valt de therapie buiten de RIZIV-criteria, dan geeft de aanvullende verzekering van uw ziekenfonds meestal 10 tot 20 euro per sessie terug, met een jaarplafond. Meer uitleg vindt u bij terugbetaling van logopedie.
Vermoedt u auditieve verwerkingsproblemen bij uw kind? Vind een logopedist bij u in de buurt →