Wanneer een beroerte of hersenletsel de taal treft: vormen van afasie, intensieve logopedie en de rol van de omgeving.
Afasie is een verworven taalstoornis door een hersenletsel, meestal een beroerte (CVA), soms een trauma, tumor of infectie. De taalgebieden in de hersenen raken beschadigd, waardoor spreken, begrijpen, lezen of schrijven plots moeilijk wordt. De intelligentie blijft daarbij intact: iemand met afasie weet wat hij wil zeggen, maar de woorden komen niet of verkeerd naar buiten. Dat maakt afasie voor de persoon zelf en voor de omgeving bijzonder ingrijpend en vaak frustrerend.
Afasie verschilt sterk van persoon tot persoon, afhankelijk van de plaats en de omvang van het letsel. Bij een vloeiende vorm spreekt iemand in lange zinnen, maar zitten er verkeerde of onbestaande woorden in en is het taalbegrip vaak aangetast. Bij een niet-vloeiende vorm is het begrip beter, maar verloopt het spreken moeizaam, in korte telegramzinnen met veel zoeken naar woorden. Bij zeer uitgebreide letsels zijn zowel begrijpen als spreken zwaar gestoord. Ook lezen en schrijven zijn in wisselende mate getroffen. De logopedist brengt met een uitgebreid aanvangsbilan het taalprofiel in kaart.
Afasie wordt vaak verward met dysartrie, een spraakstoornis waarbij de spieren van mond, tong en keel verzwakt of slecht gecoördineerd zijn. Bij dysartrie is de taal zelf intact maar klinkt de spraak onduidelijk; bij afasie hapert het taalsysteem zelf. Beide kunnen na een beroerte ook samen voorkomen, net als slikproblemen (dysfagie). Een correcte diagnose door het medische team en de logopedist bepaalt welke therapie zinvol is.
Herstel van afasie start vaak spontaan in de eerste weken en maanden, maar gerichte therapie versnelt en verruimt dat herstel aanzienlijk. Onderzoek en praktijk wijzen in dezelfde richting: hoe intensiever en vroeger de neurologische logopedie, hoe beter het resultaat. De logopedist traint woordvinding, zinsbouw, taalbegrip, lezen en schrijven, en zoekt daarnaast naar compensatiestrategieën, van gebaren en tekenen tot communicatiehulpmiddelen zoals aanwijsboeken of apps. Ook jaren na het letsel blijft vooruitgang mogelijk, al verloopt die trager.
Communiceren doet u met twee. Partners, kinderen en vrienden kunnen het gesprek veel toegankelijker maken: spreek rustig in korte zinnen, stel één vraag tegelijk, geef tijd om te antwoorden, ondersteun met gebaren of geschreven kernwoorden en vul niet te snel in. De logopedist betrekt de naasten actief bij de therapie en leert hen deze technieken aan. Dat vermindert frustratie aan beide kanten en helpt de persoon met afasie om sociaal actief te blijven, wat op zijn beurt het herstel voedt. Voor neurologische patiënten en hun familie is die begeleiding minstens zo waardevol als de taaloefeningen zelf.
Afasie is een door het RIZIV erkende stoornis. Met een voorschrift van een arts (meestal de neuroloog), een logopedisch aanvangsbilan en het akkoord van de adviserend arts van het ziekenfonds wordt de therapie terugbetaald. Een geconventioneerde sessie van 30 minuten kost ongeveer 36 tot 40 euro, met circa 5,50 euro remgeld (ongeveer 3 euro bij verhoogde tegemoetkoming). Een bilanzitting kost ongeveer 40 tot 50 euro per 30 minuten. In het ziekenhuis of revalidatiecentrum loopt de logopedie vaak via de revalidatieforfaits. Meer uitleg vindt u bij terugbetaling.
Zoekt u begeleiding bij afasie na een beroerte of hersenletsel? Vind een logopedist bij u in de buurt →