Onduidelijke, trage of zachte spraak door verzwakte spraakspieren na een beroerte, bij Parkinson of MS.
Dysartrie is een spraakstoornis waarbij de spieren die nodig zijn om te spreken (lippen, tong, gehemelte, stembanden en ademhalingsspieren) verzwakt, verlamd of slecht gecoördineerd zijn door een neurologische aandoening. De spraak klinkt daardoor onduidelijk, binnensmonds, te zacht, te traag, nasaal of monotoon. Wat iemand wil zeggen zit perfect in het hoofd, maar de "spreekmachine" voert het niet meer goed uit. De ernst varieert van licht onduidelijk spreken tot nauwelijks verstaanbare spraak.
De meest voorkomende oorzaak is een beroerte (CVA), waarbij de aansturing van de spraakspieren plots uitvalt. Daarnaast veroorzaken progressieve aandoeningen zoals de ziekte van Parkinson, multiple sclerose (MS) en ALS geleidelijk toenemende spraakproblemen. Ook een hersentrauma, hersentumor of bepaalde spierziekten kunnen dysartrie geven. Bij Parkinson is het klassieke beeld een zachte, monotone en wat gehaaste spraak; bij MS eerder een trage, hortende spraak. De behandeling wordt afgestemd op de onderliggende aandoening, in samenspraak met de neuroloog.
Dysartrie wordt vaak verward met afasie, maar het onderscheid is belangrijk. Bij afasie is het taalsysteem zelf beschadigd: woorden vinden, zinnen bouwen en taal begrijpen lukt niet meer goed. Bij dysartrie is de taal volledig intact, alleen de uitspraak faalt: wie dysartrie heeft, kan doorgaans wel vlot lezen, schrijven en alles begrijpen. Na een beroerte komen beide soms samen voor, vaak ook met slikproblemen (dysfagie), omdat dezelfde spieren bij het slikken worden gebruikt. De logopedist onderzoekt spraak, stem én slikken in één aanvangsbilan.
Binnen de neurologische logopedie traint de logopedist de ademhaling, de stemkracht, het spreektempo en de articulatie. Bij Parkinson bestaan er intensieve programma's die vooral op luider spreken focussen. Daarnaast leert u compenseren: trager spreken, kortere zinnen gebruiken, pauzes inlassen en belangrijke woorden benadrukken. Bij ernstige dysartrie zoekt de logopedist mee naar communicatiehulpmiddelen, van letterkaarten tot spraakcomputers, zodat communiceren mogelijk blijft. Bij progressieve ziekten verschuift het doel mee met de evolutie: eerst verstaanbaarheid behouden, later vlot blijven communiceren met hulpmiddelen.
Gesprekspartners maken een groot verschil. Beperk achtergrondlawaai, kijk de spreker aan, geef tijd en doe niet alsof u het begrepen hebt wanneer dat niet zo is; vraag liever gericht om herhaling van het ene onduidelijke woord. Korte, rustige gesprekken werken beter dan lange discussies in groep. De logopedist geeft familie en zorgverleners concrete communicatietips, wat zeker bij senioren en neurologische patiënten de levenskwaliteit merkbaar verhoogt.
Dysartrie door een neurologische aandoening is een door het RIZIV erkende stoornis. Terugbetaling vraagt een voorschrift van een arts, een logopedisch aanvangsbilan en het akkoord van de adviserend arts van het ziekenfonds. Een geconventioneerde sessie van 30 minuten kost ongeveer 36 tot 40 euro, waarvan u zo'n 5,50 euro remgeld betaalt (ongeveer 3 euro bij verhoogde tegemoetkoming); een bilanzitting kost ongeveer 40 tot 50 euro per 30 minuten. Niet-geconventioneerde logopedisten rekenen 40 tot 60 euro per sessie. Meer informatie vindt u bij terugbetaling en het tarievenoverzicht.
Wordt spreken moeilijker door een beroerte, Parkinson of MS? Vind een logopedist bij u in de buurt →